woensdag 6 februari 2013

Eva-Maria Westbroek in Francesca di Rimini

Eva-Maria Westbroek heeft de eer gekregen om de titelrol te zingen in de reprise van de legendarische productie van Piero Faggioni in de Met. Na de legendarische matinee uit 2000 - waar Nelly Miricioiu de grote zaal van het Concertgebouw uitzinnig maakte en de aanwezigheid van Magda Olivero als eregast een uniek moment was - is er de kans om Zandonai’s meesterwerk weer te horen en te zien in Amsterdam (en heel veel andere plaatsen in Nederland). Dat wij het dit keer zullen moeten doen met een rechtstreekse verbinding vanuit de Met kan de pret niet drukken. Voorpret is hier te vinden.

Naast Eva-Maria Westbroek is Marcello Giordani te horen. Het orkest en koor van de Met staan onder leiding van Marco Armiliato.

vrijdag 1 februari 2013

Joseph Calleja in het Concertgebouw




In het kader van de "Be my Love" tournee deed Joseph Calleja vanavond voor het eerst het Concertgebouw aan. Calleja, orkest en dirigent maakten er voor een volle zaal een avond van die niet snel vergeten zal worden. Wij berichtten al eerder over dit recital.

De relatief bescheiden sfeer die er rond dit concert hing was een verademing. Geen glossy programma met advertenties van Rolex voor tien pond die door arrogante medewerkers van het management aan de man worden gebracht zoals ik bij Villazon meemaakte in Londen. Ook geen hysterische maar wel zeer blije en trotse landgenoten van Calleja in de zaal. Daarbij een zaal vol met overduidelijk liefhebbers die zeer geconcentreerd en muisstil luisterden. Niets van de opgefokte sfeer die recitals van grote namen wel eens kunnen hebben.

 Het programma met acht aria's die tot de meest favoriete van het repertoire behoren en een drietal toegiften was van een ongemene gulheid. Daarnaast was voor de instrumentale intermezzi voor een fijne mix gekozen van bekend en minder bekend repertoire. Een verademing was bijvoorbeeld om de ouverture uit Le roi d'Ys van Lalo te horen. Het Orquesta Sinfónica de Navarra gaf met dit prachtige stuk zijn visitekaartje af. Onder leiding van de Frederic Chaslin speelde het orkest met inspiratie en plezier. Dit is wel eens anders bij dit soort recitals. 

Calleja opende met Enzo's aria uit La Gioconda ‘Cielo e Mar’. Zijn slotnoot was op het randje van breken maar zijn kwaliteiten kwamen al onmiskenbaar naar voren. Een gezond geluid zonder scherpe randjes  met een goede projectie waardoor zijn niet heel grote en in de basis lyrische stem toch ver draagt. Zijn stem is in de loop der jaren wel  iets omfloerst geworden in de laagte maar zijn hoge noten hebben in kracht en helderheid gewonnen en behoren tot de mooiste die vandaag te horen zijn. Zijn nog steeds aanwezige snelle vibrato is 'an aquired taste' waar de meningen nogal over verschillen. Bij mij stoorde het totaal niet hoewel het stilistisch niet paste in de bloemenaria. Het was opmerkelijk dat dit snelle vibrato geleidelijk aan in de beleving op de achtergrond raakte. 

De aria’s uit Tosca pasten Calleja qua tessituur als een handschoen. Ook  'La donna è mobile' en 'Pourquoi me réveiller?' passen zijn stem qua tessituur perfect. De grenzen van zijn stem bereikt hij in Addio alla madre' en de Ah! Tout est bien fini' uit  Massenet’s 'Le Cid'. Maar hij gaat intelligent met zijn stem om en forceert en duwt slechts in een enkel geval. Zijn vertolking is stilistisch smaakvol en op zijn tijd zeer opwindend doordat zijn hoge noten echt stralen. Vocaal zijn er vele prachtige momenten zoals een adembenemend  diminuendo in  'E lucevan le stelle'. Daarnaast presenteert hij zich met een prettige mengeling van humor, charme en oprechte bescheidenheid. Het publiek in het Concertgebouw reageerde terecht met veel bijval en sympathie.

Als toegift zong Calleja heerlijk vrij en met veel gevoel twee Mario Lanza krakers (A Vuchella en Be My love) van zijn laatste CD. Hij eindigde met een sublieme reprise van  'E lucevan le stelle' waar het diminuendo nog adembenemender was. Na afloop verdrongen tientallen mensen zich voor een handtekening. Het is helaas niet te verwachten dat Calleja zich op korte termijn weer in het Concertgebouw zal melden, deze avond is daarom om nog vaak te koesteren. De vocale serie van het Concertgebouw is met dit recital na Iolante met Netrebko een voltreffer. In juni 2013 wacht Villazon met een Verdi programma. (JB)







dinsdag 29 januari 2013

Guillaume Tell bij DNO

Een ieder die vanavond het slot hoorde van Guillaume Tell zal begrijpen waarom de zwaan van Pesaro stopte met het schrijven van opera. Wat kan een componist daar nog aan toevoegen?

DNO eerde Rossini met een nieuwe productie van Guillaume Tell in een coproductie met de Met. In een tot zover matig seizoen waarin alleen de derde akte van der Schatzgraeber er echt boven uit stak - en dan slecht het muzikale gedeelte - is deze nieuwe productie eindelijk weer eens een voltreffer die met gouden letters in de annalen van DNO kan worden bijgeschreven.

De enscenering van Audi is prachtig. Als Audi op zijn best is dan kan hij als geen ander een tijdloos mytisch verhaal vertellen waarin je meegezogen wordt.  Denk aan zijn ensceneringen van de Monteverdi opera's en de Ring. Na een teleurstellende Parsifal is deze Guillaume Tell van dat niveau. De wijze waarop bijvoorbeeld de derde akte in één grote spanningsboog zich ontvouwd is niets anders dan subliem te noemen. Het slot is magnifiek, hier valt alles op zijn plaats. Een moment dat aangrijpend en beklijvend is door de louterende werking die er vanuit gaat. Het decor en de kleding zijn hier volledig functioneel en esthetisch van grote schoonheid op momenten. De belichting is een verhaal apart, zien is geloven. Zelfs het ballet was geen storende factor. Het was volledig in de handeling geïntegreerd waardoor het nadrukkelijk bijdroeg in de spanningsopbouw. Zo kan het dus ook.

Paolo Carignani leidde op grootse wijze het Nederlands Philharmonisch Orkest dat door hem naar grote hoogte wordt gestuwd. Het koor van DNO was van een uniek nivo en excelleerde zowel in de verstilde momenten als in de grote uitbarstingen. John Osborn was de grote sensatie in de concertante uitvoering in de matinee een aantal jaar geleden. Ook vanavond zong hij een opwindende Arnold van hoog niveau alhoewel op  momenten deze loodzware partij zijn tol eisten. Nicola Alaimo wist zijn rol met autoriteit en ontroering te zingen. Marina Rebeka overtuigde als Mathilde.

Helaas liet het premiere publiek zich op momenten van zijn slechtste kant zien. Waarschijnlijk door gebrek aan kennis werd door verkeerd getimed applaus de spanning en de structuur diverse malen uit de avond gehaald. Voorbeelden zijn het lange applaus voor het cabaletta in de grote aria van Arnold of het applaus vlak voor het schieten van de pijl door Tell. Na het applaus na elk deel bij de zevende van Bruckner tijdens de kerstmatinee van het KCO kan niet anders geconcludeerd worden dat het Nederlandse publiek een ziekelijk behoefte heeft om te moeten klappen. Jammer en een smet op een zeer geslaagde avond. (JB)

donderdag 17 januari 2013

Nieuw CD Fritz Wunderlich




Luigi Cherubini (1760–1842)
Les Deux Journees/Der Wasserträger (in deutscher Sprache)


Fritz Wunderlich, Hildegard Hillebrecht, Marcel Cordes, Robert Hoyem, Christa Lippmann, Südfunk-Sinfonieorchester, Hans Müller-Kray
Label: Archipel, ADD, opname uit 1962

Voor het luisteren van fragmenten klikt u hier

maandag 14 januari 2013

pocketversie van La Bohème


De Nationale Reisopera heeft het Resident Artists Programme ontwikkeld om jong talent een kans te bieden zich binnen het professionele operagezelschap te bekwamen in het vak. Het gaat hierbij om jonge, getalenteerde zangers maar ook bijvoorbeeld om repetitoren, dirigenten, decor- en kostuumontwerpers.

Op zondag 13 januari 2013 bezocht ik in de kleine zaal van het theater aan het Spui in Den Haag de pocketversie van La Bohème. Dit betrof een reprise van de productie uit 2011. Eén van de doelen van de pocketversie is om ook in kleinere zalen opera te brengen die normaliter alleen op het grote podium te zien is. 

Deze La Bohème is ingekort tot een minuut of zeventig zonder pauze. Dit betekent dat de focus is komen te liggen op de twee koppels in het verhaal en dat de overige partijen verdwenen zijn of slechts een ondersteunende rol hebben in de handeling. Dit betekent bijvoorbeeld dat de aria’s van Schaunard en Colline verdwenen zijn en de tweede akte zich grotendeels beperkt tot de wals van Musetta. De grootste coupure zit in de vierde akte waar na het duet van Rodolfo en Marcello gelijk wordt overgegaan op het moment dat Musetta en Mimi binnenkomen. Hierdoor mist deze versie  veel uit de voor Puccini kenmerkende wereld van de “piccole cose” maar de kracht van La Bohème blijft bewaard.

Bij het uitgangspunt van een pocketversie past geen volledig orkest. De begeleiding bestond uit piano, klarinet en cello. Uiteraard is dit een groot verschil met de orkestklank die normaliter klinkt maar binnen de context voldeed dit prima. Met name de keuze voor de klarinet is een gelukkige, zeker in de lyrische momenten waar de stem wordt gedubbeld.

Het aantal producties van La Bohème is immens. Wat kan een kleine productie als deze in dramaturgisch aspect daar nog aan toe voegen? Interessant is de regie zeker.  Christian Carstens ziet de personages als personen die zichzelf onaantastbaar vinden en alleen vanuit zichzelf redeneren. Deze hedonistische benadering van de hoofdpersonen en het onvermogen het zich aankondigende noodlot te kunnen duiden en hiermee te kunnen omgaan komt knap tot uiting in de personenregie. De eerste ontmoeting van Mimi en Rodolfo is hier geen moment van doorleefde liefde en  sentiment.  De kleine handelingen die normaliter een zachte glans verlenen – het verstoppen van de sleutel,  het uitgaan van de kaars – zijn hier eerder berekenende handelingen in het snelle zoeken naar bevrediging. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Rodolfo in de vierde akte Mimi geen moment in zijn armen heeft. De ontreddering bij Rodolfo is meer gelegen in het feit dat hij zich geen raad weet met de catastrofe die zich afspeelt dan met het verlies van een geliefde. De tranen die vloeien komen eerder voort uit onmacht en zelfbeklag dan uit waarachtig verdriet. Zeker is dat deze La Bohème elk zoete sentiment ontbeert. Het maakt het er niet minder navrant op. 

Het ensemble aan zangers bestaat uit jonge zangers die aan het begin van een veelal internationale carrière staan. Het mooie van deze productie is dat er op geen enkele wijze sprake is van  vrijblijvendheid of grote concessies. Dit geldt zowel voor de productie als de muzikale begeleiding en het vocale deel. 

Alle zangers passen prima binnen de context van deze productie en met hun kwaliteiten tillen zij het niveau van de voorstelling boven hetgeen er van verwacht mag worden. Het spel is zoals tegenwoordig vereist dynamisch en expressief en ook op vocaal gebied werden veel wensen vervuld. Hannah Medlam en ThorbjørnGulbrandsøy als Mimi en Rodolfo zorgden voor diverse fraaie ontroerende  momenten met als hoogtepunt het slot van de derde akte. Bora Balci en Sonja Volten als tweede koppel sloten bij dat niveau aan.  Sonja Volten buitte mogelijkheden die de wals haar bood ten volle uit.

Bijzonder voor de FWSH is dat ons lid  Tristan Faes te horen en zien was als Schaunard en dat binnen de mogelijkheden die zijn zwaar gecoupeerde rol hem gaf dat uitstekend deed. Binnenkort zullen wij meer aandacht aan hem besteden op deze blog. Hij zal in ieder geval binnenkort te zien zijn als lid van het koor in Parsifal bij de Vlaamse opera.

Deze productie reist nog een korte tijd door Nederland en verdient veel meer bezoekers dan zondag in Den Haag. Voor de speeldata en theaters verwijzen wij u naar de site van de Nationale Reisopera. Zeer de moeite waard ! (JB)

vrijdag 11 januari 2013

Joseph Calleja in het concertgebouw

Eén van de grootste verrassingen van het Operalia concert dat ik in Londen bezocht was het optreden van Jospeh Calleja. Sinds zijn optreden in het Muziektheater in 2004 is er een heleboel ten goede veranderd. Het is dus reikhalzend uitkijken naar zijn recital in het concertgebouw op 31 januari aanstaande.

Het programma is om van te smullen, de ene favoriete aria na de andere is aangekondigd. Bijvoorbeeld E lucevan le stelle waarin hij een tijdens de proms een prachtig diminuendo laat horen. Zou hij geluisterd hebben naar Corelli in zijn beroemde/beruchte opname uit Parma? En sta er niet vreemd van te kijken als Nessum Dorma en Granada als toegift te horen zullen zijn. En voor de prijs van het kaartje hoef je het al helemaal niet te laten, Calleja verdient een volle zaal.

Voorpret is mogelijk met de nieuwe CD van Calleja, een ode aan Mario Lanza of met de bluray van Simon Boccanegra waar Calleja naast Domingo schittert. En dit clipje is zeker niet te missen. (JB)

125 Jubileum Concertgebouw

Afgelopen dinsdag werd het Jubileum van het Concertgebouw afgetrapt met een concert in de stijl van de eerste jaren van het concertgebouw. Diverse leden van de FWSH hebben het concert bezocht.

Een recensie van de avond is hier te lezen.

 Ik ben een stuk minder mild over de avond. Muzikaal - ik heb het Nederland Philharmonisch wel eens beter en met name mooier horen spelen - viel het tegen. De verdere omlijsting van Geert Mak voegde weinig toe. Gelukkig redde Eva-Maria Westbroek met haar charisma en uitstraling nog iets van de avond. Wie het wil terugzien, hier is de uitzending te vinden.

Voor het verdere vervolg van het jubileum zie hier. Maris Jansonss en het KCO in Mahler, Angela Gheorghiu,  Janine Jansen en Bernard Haitink en Menahem Pressler en Lucas Jussen. Een greep uit het aanbod dat niet te versmaden is. (JB)




donderdag 3 januari 2013


Beste Wunderlich vrienden,

Onze Wunderlich vriend Tristan Faes is momenteel in productie bij de Nationale Reisopera.
Hij speelt / zingt mee in een gereduceerde versie van La Bohème (zie onder). 


Groeten Piet Boers voorzitter FWSH

maandag 17 december 2012


In aanloop naar het Verdi-jaar 2013 hebben Deutsche Grammophon en Virgin Classics een Verdi-cd van Rolando Villazón uitgebracht. Niet gezamenlijk, nee, ieder z’n eigen. Het is een ongelukkige doublure, maar het biedt wel een aardig inkijkje in Villazón vocale en Verdiaanse ontwikkeling.

Lees verder op Operamagazine.nl

woensdag 5 december 2012

Bravo ! 125 jaar Concertgebouw en KCO

Eergisteravond vond het eerste dividend concert plaats voor  de aandeelhouders van het Concertgebouw. Het concert was de moeite waard. Rode draad in het programma was Amsterdam Sinfonietta met fris spel waar het speelplezier van afstraalde. Eerste solist was Alexander Gavrylyuk, het Largo uit Bach's BW 1056 waar hij wederom bewees één van de meest interessante pianisten van dit moment te zijn. Cristina Branco zong hierna begeleid door een erg goed en betrokken spelend Amsterdam Sinfonietta. Naast fado was er in de toegiften ruimte voor een lichter genre en waagde Branco zich aan "I Love Paris" van Cole Porter. Niet te versmaden in dat kader is de versie die Robert Alagna opnam en te horen is op zijn  Luis Mariano CD, een voorbeeld van een zeer geslaagd crossover album.

Aan alle aandeelhouders werd tevens een tasje uitgereikt met twee kop en schotel van het concertgebouw en een exemplaar van het jubileumboek "Bravo! 125 jaar het concertgebouw en het KCO" uitgereikt. Meer informatie over dit boek vindt u hier.

Een snelle lezing van het boek doet mij concluderen dat dit een prima boek voor zoveel gevorderde als minder gevorderde lezers is over de geschiedenis van het gebouw en het orkest. Er is uiteraard in het verleden een aantal uitgebreidere boeken over orkest en gebouw verschenen maar dit boek geeft met name goed inzicht in de recentere tijden. De (schrijf)stijl is modern en fijn te lezen. De intermezzi waar diverse personen vertellen over hun band met orkest en gebouw zijn een schot in de roos. Zeer van harte aanbevolen als kado in deze feestmaand. Voor Sinterklaas misschien te laat maar een plek onder de kerstboom zal ook niet misstaan. (JB)