dinsdag 7 mei 2013

La Traviata bij DNO

Als Alfredo op het eind van de avond degene blijkt te zijn die de beste prestatie heeft geleverd is er eerder op de avond iets misgegaan. De openingsavond van de reprise van La Traviata in de productie van Willy Decker haalde gisteren het unieke niveau van 2009 niet.

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden deze productie in de zomer van 2005 voorpagina nieuws was. Het resultaat is nog altijd terug te vinden op DVD en bluray. De productie laat Villazon zien en horen in een vorm die hij daarna nooit meer bereikt heeft en Netrebko als een adembenemend mooie Violetta die vocaal een meer dan adequate prestatie neerzet binnen de kaders die Decker neerzet. Binnen die kaders past ook de Germont van Hampson. Wat nu nog meer opvalt is de messcherpe personenregie die Decker neerzet en het zeer dynamische en betrokken spel. Dat daarbij er vocaal gezien wel eens een nootje blijft liggen doet niet ter zake. Zeker met de kennis van nu - kijk eens hoe het met de toen eeuwig jeugdig lijkende Villazon en Netrebko is vergaan - is het een aangrijpend document.

De reprise in 2009 in Amsterdam was door het optreden van Marina Poplavskaya het hoogtepunt van dat seizoen. Daarbij teken ik aan dat dit vooral de tweede en derde akte betrof want de eerste akte kwam zij niet zonder vocale kleerscheuren door. In de tweede en derde akte bracht Poplavskaya het Muziektheater tot tranen zoals in lange tijd niet was gebeurd in het Muziektheater. Dit deed zij puur op vocale kwaliteiten, zij mist de presence en uitstraling van Netrebko. Maar het resultaat was een Violetta van ongekende dramatische diepgang die je al in de tweede akte deed huilen. Terecht kreeg zij in dat seizoen de Prix d'amis van de vrienden van de opera die zij zelf tijdens de kerstmatinee kwam ophalen. Helaas haalde zij gisteravond dit niveau niet. De vocale problemen waren in de eerste akte zodanig dat het luisteren ongemakkelijk was. Voortdurende intonatie problemen, ongemakkelijke hoge noten en stroeve coloraturen maakten het luisteren een beproeving wetende de formidabele zangeres die zij kan zijn. Ook de tweede akte zorgde voor veel ongemakkelijke momenten. Pas in de derde akte leek zij zich een klein beetje te herstellen en ontroerde zij weer. Het is te hopen dat dit een tijdelijke vocale inzinking betreft.

Ismael Jordi lijkt gegroeid te zijn in de rol van Alfredo sinds 2009. Zij stem begint steeds meer kern te krijgen en ontwikkelt zich nog steeds. Zijn hoogte wordt steeds gemakkelijker alhoewel die wel een acquired taste is. Zijn stijlgevoel verraadt dat hij een leerling van Alfredo Kraus is geweest. Hij heeft het in zich om een lyrische tenor in de stijl van Cesare Valletti te worden met een lange carrière als hij binnen de grenzen van zijn stem blijft.

De smeerolie in 2009 was de Germont van Andrzej Dobber. Zijn vervanger Dimitris Tiliakos was DNO onwaardig. Zijn vertolking miste autoriteit mede veroorzaakt door zijn te jonge voorkomen en weinig betrokken spel. Vocaal gezien miste zijn Germont alles wat een (Verdi) bariton nodig heeft. De momenten waar hij in de kern druk op zijn stem zette zorgde ervoor dat het onzuiver werd. Die ene boeroeper had gisteren gelijk.

Zoals ook bij Don Carlo bleek staat of valt een Decker productie bij betrokkenheid en dynamisch spel. Gisteren leek het wel of een grauw deken over de productie was gevallen en miste het spel scherpte waardoor het op zijn tijd een matte vertoning werd. Daar konden het weer prima acterende en zingende koor van DNO niets aan doen. Het laatste optreden van de de Radio Kamer Filharmonie in de bak van het muziektheater kon mij niet overtuigen van de noodzaak om dit orkest te handhaven. In mijn oren heb ik nog steeds het spel van het NPO in die Walkure dat toch echt van een ander niveau was ondanks Carella die op tijden fraai de partituur van Verdi glans gaf. Ik hoop dat DNO deze productie binnen een aantal jaar weer herneemt met frisse jonge stemmen die er vol voor gaan. (JB)


maandag 29 april 2013

Nabucco in Londen en Die Walküre in Amsterdam

Niet alles wat de bariton Domingo aanraakt, verandert in goud. Dat bewees de voorstelling van Verdi's Nabucco afgelopen vrijdag in Covent Garden. Nabucco vereist anders dan de latere Verdi toch een echte belcanto stijl en die heeft Domingo de bariton niet voorhanden. Ook het feit dat de opera ondanks het historische belang niet tot de betere van Verdi behoord - veel geslaagder zijn uit deze tijd bijvoorbeeld Ernani of zelfs I Lombardi of Attilla - speelde daar een rol in. Er waren momenten dat de rasartiest Domingo zich liet zien maar dat was onvoldoende om dit een geslaagde avond te laten worden. Daarvoor waren ook de andere zangers van onvoldoende nivo. Tel daarbij op dat Pappano niet op de bok stond en er sprake was van een onsamenhangend, saaie en onduidelijke regie en het resultaat is duidelijk. De actualisering van Abbado is volkomen mislukt en onduidelijk en wordt niet veel duidelijker in de pretentieuse toelichting in het programma. Het feit dat het gordijn bij het slotapplaus niet voor een tweede keer open hoefde sprak boekdelen.

Zondag was het een stuk beter toeven in het Muziektheater. De reprise van die Walküre in de nog altijd prachtige productie van Audi was op zijn minst zo goed als de vorige reprise. Het Wälsungenpaar van Ventris en Naglestad is de beste die wij tot nu toe in het muziektheater hebben kunnen horen en zien. Ventris laat een viriele en betrokken Siegmund horen met net voldoende stamina om het einde van de eerste akte te halen. Hij toont in de tweede akte een empathie oproepende Siegmund. Zijn dood is daardoor een echt emotioneel moment. Na een prachtige Senta in 2010 was ook de Sieglinde van Naglestad een schot in de roos.  Puur vocaal zijn er betere Sieglindes te bedenken maar haar kwetsbare vertolking van een jeugdige en onschuldige Sieglinde was bijzonder. De magnifieke vertolking van Hunding door Groissböck maakte het feest in de eerste akte compleet samen met het spel van het uitstekend spelende NPO onder leiding van de onvolprezen Haenchen. Nog nooit heeft de eerste akte zo liefdevol en hartstochtelijk geklonken als met deze bezetting. De vertolking van Soffel's Fricka is hors catégorie qua interpretatie en presence. Zelf de sleet op haar stem doet niets af van de uniekheid van deze vertolking. Vocaal is de vertolking van Wotan door Mayer op de grenzen van zijn bereik maar zijn vocaal lyrische benadering van een Wotan met emoties - gebroken na de dood van Siegmund - past geheel binnen het concept dat Audi en Haenchen neerzetten. In dat kader past ook de mensenlijke Brünnhilde van Foster die geen stalen maar een driedimensionale menselijke Brünnhilde neerzette. Soms kan het heel goed toeven zijn aan de Amstel! (JB)

donderdag 18 april 2013

De terugkeer van Riccardo Chailly bij het KCO

Vanavond keerde Riccardo Chailly terug na zijn vertrek in de zomer van 2004. De wijze waarop hij toentertijd afscheid nam van het KCO en het muziekleven in Nederland was groots. Zowel zijn uitvoering van de negende van Mahler in het concertgebouw als de uitvoeringen van Don Carlo kunnen met gouden letters in de annalen van het KCO worden geschreven. De laatste voorstelling van Don Carlo op een warme zondag in juni 2004 was er een waar bijna alles klopte. De ovaties die Chailly toen kreeg zullen niet vaak te horen zijn geweest in het Muziektheater.

Negen jaar later stond Chailly pas weer voor het KCO in een concert dat opgedragen was aan sir Colin Davis. Directeur van het KCO Jan Raes wees terecht op het belang van de samenwerking. Toevallig roemde hoornist Jacob Slagter onlangs nog de uitvoeringen die het KCO met Davis gaf van de Sacre.

Eerder in de week had Chailly aangegeven alleen nog maar dingen te willen doen in Amsterdam die hij nog niet eerder had gedaan. Dat verklaart het programma van vanavond waar de tweede symfonie van Mendelssohn de hoofdmoot was en het volgende programma met muziek van Gershwin.

Voor de Lobgesang symfonie klonk "Elogium musicum amatissimi amici nunc remoti" van Henze. Chailly, het KCO en het groot omroepkoor zorgden voor een fraaie uitvoering waarin Chailly als vanouds de precisie en helderheid en transparantie te voorschijn haalden. De uitvoering van Lobgesan was voorbeeldig, waar het orkest met name in de symfonia zijn wereldklasse toonde met zeer verfijnd en licht beweeglijk spel. Het vocale slot verdiende alle lof door de bijdrage van het Groot Omroepkoor en de solisten met Michael Schade in de hoofdrol. Het ovationale applaus werd door Chailly zichtbaar geroerd dankbaar in ontvangst genomen. Het publiek in de grote zaal was in ieder geval zeer blij met de terugkeer van Chailly. Laten wij hopen dat hij sneller en vaker terug te horen zal zijn. Voor de verdere concerten verwijs ik naar de website van het nu koninklijk concertgebouw. (JB)

zondag 14 april 2013

Wagner door het KCO met Eva-Maria Westbroek

Arme Fritz dacht ik ...  Het gaat hier niet om onze Fritz maar om Burkhard Fritz , de tenor die samen met Eva-Maria Westbroek en het KCO onder leiding van Mariss Jansons een recital aan Wagner wijdde. Na drie seconden had Eva-Maria Westbroek met haar inzet van " Dich teure Halle" de voorafgaande teleurstelstellende aria uit die Meistersinger teniet gedaan en de zaal volledig naar haar hand gezet. De wijze waarop zij diezelfde Fritz als Siegmund in het slot van de eerste akte van die Walküre meesleepte was van allerhoogste klasse en zijn redding. De aria uit Rienzi was onvoldoende om hem signifikant te maken.  Wij mogen na vanavond concluderen dat Westbroek haar Sieglinde met recht op het nivo of qua expressie zelf boven het niveau van Brouwenstein geplaatst mag worden. Merkwaardig dat Frank van Aken niet zong. Hij had hier meer van gemaakt.

Na het zeer geslaagde concert ter ere van het 125 jarig bestaan van Concertgebouw met een uitmuntend spelend KCO - nimmer zal de suite uit der Rosenkavalier beter hebben geklonken - was het KCO wederom in topvorm. De prelude uit Lohengrin zal in Amsterdam niet beter gehoord zijn. Qua klankbeeld maakte Jansons en het KCO gehakt van de orkestklank die Edo de Waard redelijk recent in het Muziektheater bracht in die opera. Het slot uit de eerste akte van die Walküre had wellicht met meer zinnelijkheid gebracht kunnen worden maar de wijze waarop  slot uit Götterdammerung door het KCO en Janssons en Eva Maria Westbroek gebracht werd zal in het Wagner jaar in Amsterdam niet meer te horen zijn. Of zij ooit Brünnhilde ooit op het toneel zal kunnen zingen zal de vraag blijven maar haar Brünhilde hier was van ongekende diepgang en emotie. Morgen is het mogelijk dit concert op de radio terug te luisteren. Om 14.00 begint de uitzending. Niet te missen !!! (JB)


woensdag 6 februari 2013

Eva-Maria Westbroek in Francesca di Rimini

Eva-Maria Westbroek heeft de eer gekregen om de titelrol te zingen in de reprise van de legendarische productie van Piero Faggioni in de Met. Na de legendarische matinee uit 2000 - waar Nelly Miricioiu de grote zaal van het Concertgebouw uitzinnig maakte en de aanwezigheid van Magda Olivero als eregast een uniek moment was - is er de kans om Zandonai’s meesterwerk weer te horen en te zien in Amsterdam (en heel veel andere plaatsen in Nederland). Dat wij het dit keer zullen moeten doen met een rechtstreekse verbinding vanuit de Met kan de pret niet drukken. Voorpret is hier te vinden.

Naast Eva-Maria Westbroek is Marcello Giordani te horen. Het orkest en koor van de Met staan onder leiding van Marco Armiliato.

vrijdag 1 februari 2013

Joseph Calleja in het Concertgebouw




In het kader van de "Be my Love" tournee deed Joseph Calleja vanavond voor het eerst het Concertgebouw aan. Calleja, orkest en dirigent maakten er voor een volle zaal een avond van die niet snel vergeten zal worden. Wij berichtten al eerder over dit recital.

De relatief bescheiden sfeer die er rond dit concert hing was een verademing. Geen glossy programma met advertenties van Rolex voor tien pond die door arrogante medewerkers van het management aan de man worden gebracht zoals ik bij Villazon meemaakte in Londen. Ook geen hysterische maar wel zeer blije en trotse landgenoten van Calleja in de zaal. Daarbij een zaal vol met overduidelijk liefhebbers die zeer geconcentreerd en muisstil luisterden. Niets van de opgefokte sfeer die recitals van grote namen wel eens kunnen hebben.

 Het programma met acht aria's die tot de meest favoriete van het repertoire behoren en een drietal toegiften was van een ongemene gulheid. Daarnaast was voor de instrumentale intermezzi voor een fijne mix gekozen van bekend en minder bekend repertoire. Een verademing was bijvoorbeeld om de ouverture uit Le roi d'Ys van Lalo te horen. Het Orquesta Sinfónica de Navarra gaf met dit prachtige stuk zijn visitekaartje af. Onder leiding van de Frederic Chaslin speelde het orkest met inspiratie en plezier. Dit is wel eens anders bij dit soort recitals. 

Calleja opende met Enzo's aria uit La Gioconda ‘Cielo e Mar’. Zijn slotnoot was op het randje van breken maar zijn kwaliteiten kwamen al onmiskenbaar naar voren. Een gezond geluid zonder scherpe randjes  met een goede projectie waardoor zijn niet heel grote en in de basis lyrische stem toch ver draagt. Zijn stem is in de loop der jaren wel  iets omfloerst geworden in de laagte maar zijn hoge noten hebben in kracht en helderheid gewonnen en behoren tot de mooiste die vandaag te horen zijn. Zijn nog steeds aanwezige snelle vibrato is 'an aquired taste' waar de meningen nogal over verschillen. Bij mij stoorde het totaal niet hoewel het stilistisch niet paste in de bloemenaria. Het was opmerkelijk dat dit snelle vibrato geleidelijk aan in de beleving op de achtergrond raakte. 

De aria’s uit Tosca pasten Calleja qua tessituur als een handschoen. Ook  'La donna è mobile' en 'Pourquoi me réveiller?' passen zijn stem qua tessituur perfect. De grenzen van zijn stem bereikt hij in Addio alla madre' en de Ah! Tout est bien fini' uit  Massenet’s 'Le Cid'. Maar hij gaat intelligent met zijn stem om en forceert en duwt slechts in een enkel geval. Zijn vertolking is stilistisch smaakvol en op zijn tijd zeer opwindend doordat zijn hoge noten echt stralen. Vocaal zijn er vele prachtige momenten zoals een adembenemend  diminuendo in  'E lucevan le stelle'. Daarnaast presenteert hij zich met een prettige mengeling van humor, charme en oprechte bescheidenheid. Het publiek in het Concertgebouw reageerde terecht met veel bijval en sympathie.

Als toegift zong Calleja heerlijk vrij en met veel gevoel twee Mario Lanza krakers (A Vuchella en Be My love) van zijn laatste CD. Hij eindigde met een sublieme reprise van  'E lucevan le stelle' waar het diminuendo nog adembenemender was. Na afloop verdrongen tientallen mensen zich voor een handtekening. Het is helaas niet te verwachten dat Calleja zich op korte termijn weer in het Concertgebouw zal melden, deze avond is daarom om nog vaak te koesteren. De vocale serie van het Concertgebouw is met dit recital na Iolante met Netrebko een voltreffer. In juni 2013 wacht Villazon met een Verdi programma. (JB)







dinsdag 29 januari 2013

Guillaume Tell bij DNO

Een ieder die vanavond het slot hoorde van Guillaume Tell zal begrijpen waarom de zwaan van Pesaro stopte met het schrijven van opera. Wat kan een componist daar nog aan toevoegen?

DNO eerde Rossini met een nieuwe productie van Guillaume Tell in een coproductie met de Met. In een tot zover matig seizoen waarin alleen de derde akte van der Schatzgraeber er echt boven uit stak - en dan slecht het muzikale gedeelte - is deze nieuwe productie eindelijk weer eens een voltreffer die met gouden letters in de annalen van DNO kan worden bijgeschreven.

De enscenering van Audi is prachtig. Als Audi op zijn best is dan kan hij als geen ander een tijdloos mytisch verhaal vertellen waarin je meegezogen wordt.  Denk aan zijn ensceneringen van de Monteverdi opera's en de Ring. Na een teleurstellende Parsifal is deze Guillaume Tell van dat niveau. De wijze waarop bijvoorbeeld de derde akte in één grote spanningsboog zich ontvouwd is niets anders dan subliem te noemen. Het slot is magnifiek, hier valt alles op zijn plaats. Een moment dat aangrijpend en beklijvend is door de louterende werking die er vanuit gaat. Het decor en de kleding zijn hier volledig functioneel en esthetisch van grote schoonheid op momenten. De belichting is een verhaal apart, zien is geloven. Zelfs het ballet was geen storende factor. Het was volledig in de handeling geïntegreerd waardoor het nadrukkelijk bijdroeg in de spanningsopbouw. Zo kan het dus ook.

Paolo Carignani leidde op grootse wijze het Nederlands Philharmonisch Orkest dat door hem naar grote hoogte wordt gestuwd. Het koor van DNO was van een uniek nivo en excelleerde zowel in de verstilde momenten als in de grote uitbarstingen. John Osborn was de grote sensatie in de concertante uitvoering in de matinee een aantal jaar geleden. Ook vanavond zong hij een opwindende Arnold van hoog niveau alhoewel op  momenten deze loodzware partij zijn tol eisten. Nicola Alaimo wist zijn rol met autoriteit en ontroering te zingen. Marina Rebeka overtuigde als Mathilde.

Helaas liet het premiere publiek zich op momenten van zijn slechtste kant zien. Waarschijnlijk door gebrek aan kennis werd door verkeerd getimed applaus de spanning en de structuur diverse malen uit de avond gehaald. Voorbeelden zijn het lange applaus voor het cabaletta in de grote aria van Arnold of het applaus vlak voor het schieten van de pijl door Tell. Na het applaus na elk deel bij de zevende van Bruckner tijdens de kerstmatinee van het KCO kan niet anders geconcludeerd worden dat het Nederlandse publiek een ziekelijk behoefte heeft om te moeten klappen. Jammer en een smet op een zeer geslaagde avond. (JB)

donderdag 17 januari 2013

Nieuw CD Fritz Wunderlich




Luigi Cherubini (1760–1842)
Les Deux Journees/Der Wasserträger (in deutscher Sprache)


Fritz Wunderlich, Hildegard Hillebrecht, Marcel Cordes, Robert Hoyem, Christa Lippmann, Südfunk-Sinfonieorchester, Hans Müller-Kray
Label: Archipel, ADD, opname uit 1962

Voor het luisteren van fragmenten klikt u hier

maandag 14 januari 2013

pocketversie van La Bohème


De Nationale Reisopera heeft het Resident Artists Programme ontwikkeld om jong talent een kans te bieden zich binnen het professionele operagezelschap te bekwamen in het vak. Het gaat hierbij om jonge, getalenteerde zangers maar ook bijvoorbeeld om repetitoren, dirigenten, decor- en kostuumontwerpers.

Op zondag 13 januari 2013 bezocht ik in de kleine zaal van het theater aan het Spui in Den Haag de pocketversie van La Bohème. Dit betrof een reprise van de productie uit 2011. Eén van de doelen van de pocketversie is om ook in kleinere zalen opera te brengen die normaliter alleen op het grote podium te zien is. 

Deze La Bohème is ingekort tot een minuut of zeventig zonder pauze. Dit betekent dat de focus is komen te liggen op de twee koppels in het verhaal en dat de overige partijen verdwenen zijn of slechts een ondersteunende rol hebben in de handeling. Dit betekent bijvoorbeeld dat de aria’s van Schaunard en Colline verdwenen zijn en de tweede akte zich grotendeels beperkt tot de wals van Musetta. De grootste coupure zit in de vierde akte waar na het duet van Rodolfo en Marcello gelijk wordt overgegaan op het moment dat Musetta en Mimi binnenkomen. Hierdoor mist deze versie  veel uit de voor Puccini kenmerkende wereld van de “piccole cose” maar de kracht van La Bohème blijft bewaard.

Bij het uitgangspunt van een pocketversie past geen volledig orkest. De begeleiding bestond uit piano, klarinet en cello. Uiteraard is dit een groot verschil met de orkestklank die normaliter klinkt maar binnen de context voldeed dit prima. Met name de keuze voor de klarinet is een gelukkige, zeker in de lyrische momenten waar de stem wordt gedubbeld.

Het aantal producties van La Bohème is immens. Wat kan een kleine productie als deze in dramaturgisch aspect daar nog aan toe voegen? Interessant is de regie zeker.  Christian Carstens ziet de personages als personen die zichzelf onaantastbaar vinden en alleen vanuit zichzelf redeneren. Deze hedonistische benadering van de hoofdpersonen en het onvermogen het zich aankondigende noodlot te kunnen duiden en hiermee te kunnen omgaan komt knap tot uiting in de personenregie. De eerste ontmoeting van Mimi en Rodolfo is hier geen moment van doorleefde liefde en  sentiment.  De kleine handelingen die normaliter een zachte glans verlenen – het verstoppen van de sleutel,  het uitgaan van de kaars – zijn hier eerder berekenende handelingen in het snelle zoeken naar bevrediging. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Rodolfo in de vierde akte Mimi geen moment in zijn armen heeft. De ontreddering bij Rodolfo is meer gelegen in het feit dat hij zich geen raad weet met de catastrofe die zich afspeelt dan met het verlies van een geliefde. De tranen die vloeien komen eerder voort uit onmacht en zelfbeklag dan uit waarachtig verdriet. Zeker is dat deze La Bohème elk zoete sentiment ontbeert. Het maakt het er niet minder navrant op. 

Het ensemble aan zangers bestaat uit jonge zangers die aan het begin van een veelal internationale carrière staan. Het mooie van deze productie is dat er op geen enkele wijze sprake is van  vrijblijvendheid of grote concessies. Dit geldt zowel voor de productie als de muzikale begeleiding en het vocale deel. 

Alle zangers passen prima binnen de context van deze productie en met hun kwaliteiten tillen zij het niveau van de voorstelling boven hetgeen er van verwacht mag worden. Het spel is zoals tegenwoordig vereist dynamisch en expressief en ook op vocaal gebied werden veel wensen vervuld. Hannah Medlam en ThorbjørnGulbrandsøy als Mimi en Rodolfo zorgden voor diverse fraaie ontroerende  momenten met als hoogtepunt het slot van de derde akte. Bora Balci en Sonja Volten als tweede koppel sloten bij dat niveau aan.  Sonja Volten buitte mogelijkheden die de wals haar bood ten volle uit.

Bijzonder voor de FWSH is dat ons lid  Tristan Faes te horen en zien was als Schaunard en dat binnen de mogelijkheden die zijn zwaar gecoupeerde rol hem gaf dat uitstekend deed. Binnenkort zullen wij meer aandacht aan hem besteden op deze blog. Hij zal in ieder geval binnenkort te zien zijn als lid van het koor in Parsifal bij de Vlaamse opera.

Deze productie reist nog een korte tijd door Nederland en verdient veel meer bezoekers dan zondag in Den Haag. Voor de speeldata en theaters verwijzen wij u naar de site van de Nationale Reisopera. Zeer de moeite waard ! (JB)

vrijdag 11 januari 2013

Joseph Calleja in het concertgebouw

Eén van de grootste verrassingen van het Operalia concert dat ik in Londen bezocht was het optreden van Jospeh Calleja. Sinds zijn optreden in het Muziektheater in 2004 is er een heleboel ten goede veranderd. Het is dus reikhalzend uitkijken naar zijn recital in het concertgebouw op 31 januari aanstaande.

Het programma is om van te smullen, de ene favoriete aria na de andere is aangekondigd. Bijvoorbeeld E lucevan le stelle waarin hij een tijdens de proms een prachtig diminuendo laat horen. Zou hij geluisterd hebben naar Corelli in zijn beroemde/beruchte opname uit Parma? En sta er niet vreemd van te kijken als Nessum Dorma en Granada als toegift te horen zullen zijn. En voor de prijs van het kaartje hoef je het al helemaal niet te laten, Calleja verdient een volle zaal.

Voorpret is mogelijk met de nieuwe CD van Calleja, een ode aan Mario Lanza of met de bluray van Simon Boccanegra waar Calleja naast Domingo schittert. En dit clipje is zeker niet te missen. (JB)